donderdag 29 oktober 2009

Van Valdes tot Cafayate









Het volledige schiereiland Valdes is een natuurreservaat. En is gekend als kraamkliniek voor pinguins ,zeeolifanten en zuidkaper walvissen. Het sluit langs elke kant een baai in ,die over ideale omstandigheden beschikt. We rijden van Puerto Madryn via onverharde weg ,want volgens de dame van het infokantoor zijn er werken aan de grote baan. Het asfalt rukt overal op (ons niet gelaten). Want eens van de hoofdwegen af zijn de meeste wegen ripio (verhard steenslag) Sommige goed , de andere minder. Vooral de wasborden of golfplaten zijn verre van ideaal, gans ons huishouden rammelt door elkaar.
We hebben geluk aan een van de eerste stranden zien we ook meteen onze eerste walvissen. Ongeloofelijk dat zulke kolossen (zo groot als een autobus en 3 keer zo zwaar) zo dicht bij het strand rondluieren. Vaak zijn het moeders met hun kalf.
Aan playa de Pardelas is het goed vrij staan, we staan er dan ook niet alleen. Als we s'avonds in bed liggen horen we de walvissen nog ademen(het lijkt weleen heteluchtballon).
We doen ook goed verder met onze inburgeringscursus, en met glans want we kregen hiervoor zelf een medaille. Ze is stervormig en zit onderaan de voorruit en heeft ongeveer de maat van een stuk van 2 euro.(even carglass bellen?) Dat deze banen niet onze beste reisgezellen zullen worden blijkt ook de volgende dag. Het heeft licht geregend ,dus geen stof deze keer, wel een laagje modder , dat zich overal op vast zet. Blijkbaar ook in de achterremmen, want de handrem doet het niet meer. Bij nader onderzoek blijkt het niet erg en als we verder rijden valt alles er terug uit en is het probleem vanzelf opgelost.
Buiten de zeeolifanten met hun jongen en de pinguins op hun nesten , zien we bij het doorkruisen van de pampa ook nandoes(soort kleine struisvogel), guanacos(neefje van de lama), viscachos (soort grote hazen)en armadillos(gordeldier).
We gaan terug overnachten aan het strand van Pardelas en de volgende ochtend is het mooi en windstil weer. De walvissen zitten vlakbij het strand en ze zwemmen vlak onder de stenen plateaus die uitsteken in zee.
We vragen aan een meisjevan een Franse familie (ouders met hun 3 dochters) om een foto van ons te maken met de "reizende T-shirts"en een walvis op de achtergrond. Nadien leggen we de bedoeling uit en ze beloven ons de T-shirts verder te laten reizen.
We rijden weer verder en willen wat voor ons huisje zorgen, dus laten we het onderaan helemaal schoonspuiten , een avontuur op zich.
Van onze online mechanieker krijgen we alle technische info om de remmen nog is dubbel na te kijken. Wat een service, alles dik in orde.
Iedereen zegt ons en we voelen het zelf ook , dat het nog te vroeg is voor het diepe zuiden.
We trekken dus weer noordwaarts via Rio Colorado en Santa Rosa. We raken steeds aan de praat met geintereseerde Argentijnen. Die staan ons steeds bij met raad en daad voor onze verdere reis.We krijgen van Claudio zelf reisgidsen en een telefoonnummer voor in geval van nood. Het gaat verder via Rio Cuarto naar Villa General Belgrano. Dit is een Duits dorp , er is hier vorige week zelf een bierfest geweest.
We rijden weer verder en ongeloofelijk maar we kruisen Chris en Sylvia, de motards van op de boot. Samen rijden we terug naar een camping en doen de verhalen van de voorbije weken.
s'Morgens een triest afscheid , het is grijs en het miezelt.
We geraken weer niet ver , enkele kilometers verder komt de zon er door en we gaan naar het bergdorpje La Cumbrecita voor een wandeling. We zijn een halve dag op wandel met een koppel Argentijnen . Als we in het dorpje terugkomen zitten Chris en Sylvia daar ook! s'Avonds een veel beter afscheid, zon , mooi landschap, thee met gebak, meer moet dat niet zijn.
Het gaat verder door de bergen, zien spijtig genoeg geen condors in El Condor.
In Nono (zw van Cordoba) overnachten we op de parking van een museum. Te veel om op te noemen , kijk zelf maar eens. ( http://www.museorocsen.org/ )
We trekken nog een beetje noordwaards , alhoewel het hier al meer dan warm genoeg is (wel in de 30 gr).Via Villa Carlos Paz komen we in Jesus Maria iets boven Cordoba.
Op internet vonden we de camping van Virginia en haar gezin. Virginia kwam hier als kind een goeie 30 jaar geleden met haar familie uit Belgie naartoe. Virginia spreekt nog goed Frans , dat is ook welgemakkelijk. Carlos zegt dat men hem de "koning van de assado" noemt en nodigt ons uit dat te testen. Dat valt ons heel goed mee.
Nog een laatste stap noordwaarts , via Frias naar Cafayate(nw van San Miguel de Tucuman) Hier zitten we al serieus de bergen in, grote verschillen van begroeiing , van bijna tropisch naar aride berglandschappen met enkel zuilcactussen. In deze streek zijn ook menhirs en indiaans ruines te bezoeken.
Cafayate is dan weer bekend om zijn wijn, de rest van het verhaal zal dus voor een andere keer zijn!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen